Energieopwekking

Uitgangspunt is dat het huis zijn eigen enenergetisch-concept-aergie opwekt uit natuurlijke energiebronnen. Het energetisch concept is uitgewerkt door OPAi.

Door isolatie is de warmtevraag van de woning teruggebracht, de installatie zorgt vervolgens voor de benodigde warmte.

Eén maatregel zit tussen isolatie en installatie in: de douche-wtw.

De douchewarmtewisselaar is een 2 meter lange pijp waarin het koude water naar de douchekraan in een spiraal door het afvoerwater van de douche loopt. Het afvoerwater met een temperatuur van 35 tot 40 graden warmt het tegenstromende koude water voor, waardoor er minder warm water hoeft te worden bijgemengd. Niet echt isolatie, ook niet echt installatie, maar wel goed voor minder warmtevraag.

De overige benodigde warmte wordt opgewekt door een installatie die bestaat uit buffervaten, zonnecollectoren, een warmtepomp en zonnepanelen.

Voor de verwarming van het huis is warm water nodig met een temperatuur van 35°C, dit wordt opgeslagen in een buffervat met een capaciteit van 750 liter. Voor douchen en baden is warm tapwater nodig met een temperatuur van 55 tot 60°C, dit wordt opgeslagen in een buffervat met een capaciteit van 390 liter.

Het water in de buffervaten wordt in eerste instantie verwarmd door drie zonnecollectoren. In de vacuümbuiscollectoren wordt zonlicht omgezet in warmte door het verwarmen van gas (de temperatuur kan oplopen tot boven de 100°C). De collector geeft de warmte af aan het buffervat door middel van een warmtewisselaar. Door middel van een sensor bepalen de collectoren of verwarming van het water in de buffervaten mogelijk en noodzakelijk is.

Als de zonnecollectoren onvoldoende warmte kunnen leveren schakelt de warmtepomp bij. Deze pompt vloeistof in een gesloten circuit door de grond tot een diepte van 65 meter. De aardwarmte wordt door middel van een warmtewisselaar afgegeven aan de buffervaten.

De stroom voor de warmtepomp wordt opgewekt door 17 zonnepanelen. Deze zetten zonlicht om in elektriciteit (en niet in warmte zoals de collectoren).

De collectoren vormen het hart van de installatie. Hoe meer rendement zij leveren, hoe minder de warmtepomp hoeft te doen, hoe minder stroom er nodig is. Het is bijzonder dat de collectoren worden gebruikt voor lage temperatuurverwarming. De kunst is de installatie zo in te regelen dat de collectoren optimaal presteren: bij voldoende opbrengst eerst het vat voor tapwater vullen, niet laten bijbufferen door de warmtepomp om 6 uur ’s ochtends als de collectoren een paar uur later kunnen functioneren in het zonlicht.

De installatie levert voldoende opbrengst om in de behoefte van het gebouwgebonden energieverbruik te voorzien. Het pand is daarmee energieneutraal (en CO2 vrij, er worden geen brandstoffen gebruikt). Daarboven levert de installatie voldoende voor warm tapwater en dan hebben de zonnepanelen nog een stukje prokna.com.ua capaciteit over voor het stroomverbruik van de huishoudelijke apparatuur en verlichting. Hoe groot dat extra stukje capaciteit zal zijn, hangt af van het aantal uren dat de warmtepomp moet draaien.

Het huis heeft geen gasaansluiting (ondanks dat de installatie is aangelegd door GSU, de Gasservice Utrecht).

Het huis wordt verwarmd door middel van een lage temperatuur vloer- en wandverwarming.header1

Het pand wordt energieneutraal, niet energie-autonoom. Dat wil zeggen dat de energie die wordt opgewekt, wordt geleverd aan het net en de energie die wordt gebruikt, wordt afgenomen van het net. De energie wordt dus niet opgeslagen in accu’s, er wordt uitgewisseld met het elektriciteitsnet.

Een optie zou de mogelijkheid zijn om vanuit de filosofie van decentrale energieopwekking, met een WKK installatie energie op te wekken voor de buurt. Meerdere panden zouden dan zonnecellen plaatsen, onderling energie uitwisselen met de WKK als buffer. Dit is voorlopig nog niet aan de orde, maar qua energieverbruik zou dit een nog betere optie zijn.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *